De laatste tijd laait de discussie over duurzame inzetbaarheid weer op. Het is interessant wat er gebeurt. Het thema is niet meer of minder actueel dan pakweg een jaar geleden. Ook toen speelde de crisis en wisten we over de ontgroening, de vergrijzing, de individualisering.

Het verschil is dat de noodzaak eindelijk tot in de hoogste regionen doorgedrongen is. Met de websites duurzameinzetbaarheid.nl en elkedagbeter.nu (deze laatste voor het MKB) probeert de ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid aandacht te vragen voor duurzame inzetbaarheid. Bijzonder is dat de discussie altijd begint met de vraag: wie is eigenlijk verantwoordelijk? Met andere woorden: wie moet betalen, wie is aanspreekbaar, wie moeten we ter verantwoording roepen als er niets van duurzame inzetbaarheid terecht komt?

Deze discussie geeft niet alleen blijk van het feit dat men het belang van het onderwerp nog steeds onvoldoende ziet. Het is ook het bewijs van een lineair denken (van oorzaak en gevolg, baas en ondergeschikte, initiatiefnemer en volger), wij tegen zij en ik tegen jij. Zelf ben ik ervan overtuigd dat duurzame inzetbaarheid alleen een succes kan worden als het uitgaat van het derde alternatief (zie hiervoor Covey) en van circulair denken (wij samen, beide partijen zijn zowel baas als ondergeschikte en beiden zijn zowel initiatiefnemer als volger).

Duurzame inzetbaarheid is immers een thema waar zowel werkgever als werknemer belang bij hebben. Werkgevers omdat zij zonder mensen gewoonweg niet kunnen bestaan, laat staan excelleren en floreren als onderneming. Werknemers omdat zij hun hele loopbaan bevlogen en vitaal aan het werk willen en daar goed voor betaald willen worden.

Niets doen is voor beide partijen geen optie. Dit helpt wellicht ook om de vraag ‘wie is verantwoordelijk’ terzijde de schuiven. Laten we niet op elkaar wachten.

Werkgevers: toon goed werkgever- en leiderschap. Initieer de dialoog over duurzame inzetbaarheid. Ga het gesprek open en nieuwsgierig met je werknemers aan: waar krijgen ze energie van, wanneer raken ze in een flow op het werk ,wat maakt hen bevlogen, wat is hun passie, wat zijn de dromen en wat hebben ze daarbij nodig? Faciliteer dit vervolgens middels coaching, training, vitaliteitsprogramma’s, omscholing – het kan van alles zijn. Verleid je werknemers om te verlangen naar schittering en bevlogenheid, om uit te zoeken wat hun passie en talenten zijn. Om daar consequenties aan te verbinden. Daar doe je je werknemers uiteindelijk het grootste plezier mee

Werknemers: toon goed werknemer- en persoonlijk leiderschap. Het gaat om jóuw baan, jóuw bevlogenheid, jóuw schittering. Neem dan de verantwoordelijkheid ook voor. Er zijn niet altijd tonnen voor nodig om je doel te realiseren. Ga eerst nadenken over je bevlogenheid, over je schittering, over jezelf op de lange termijn. Wat wil je gaan doen? Wat is daarvoor nodig? Ga het gesprek met je werkgever aan. Laat zien dat je volwassen bent, dat je proactief aan de slag gaat met je toekomst. Zorg dat je mentaal en fysiek fit bent, dat je werk doet waar je goed in bent en waar je blij van wordt. Daar doe je je werkgever uiteindelijk het grootste plezier mee.
Wie begint met duurzame inzetbaarheid is niet relevant. Dát het gebeurt is dat des te meer.

Deze column werd ingezonden door Leona Aarsen. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›