Terwijl je zo’n titel schrijft stel je vast dat Nederlanders niet erg warm lopen voor dit fenomeen. Onbegrijpelijk in een tijd van steeds maar nieuwe lastenverhogingen voor burgers en bedrijfsleven, waaraan alle politieke partijen meedoen.

Laten we een aantal verspillingen noemen:

  • Circa 350 adviesraden die vaak nauwelijks meer zinnige adviezen afscheiden, want slechts de grootst gemene deler telt. Noodzakelijk hervormingen blijven achterwege, alle belangen moeten tegen elkaar worden afgewogen, maar zonder pijn gaat niets meer in het onder schulden zuchtende Westen.
  • Het aantal bestuurslagen is afhankelijk of men Brussel meetelt zes a zeven. Naast de EU, hebben we de regering in Den Haag, provincies, regio’s, gemeenten, deelgemeenten en waterschappen. Niemand, zeker geen bestuurskundige, kan dit logisch beredeneren, maar de overmaat blijft bestaan.
  • Bij geprivatiseerde ondernemingen gaat met de regelmaat van de klok bestuurlijk en financieel wat mis. We noemen het puntje van de ijsberg: Vestia (woningcorporatie) , InHolland (HBO onderwijs), Meavita (zorg), maar er zijn er vele tientallen.
  • De banen in die gremia worden bijna exclusief verdeeld onder (ex) politici uit de middenpartijen, net als bij de adviesraden, bestuurslagen en pensioenfondsen. Naar schatting gaat het hier om tienduizenden banen; met ambtenaren die aan het werk worden gehouden. Veel politici hebben twintig tot dertig (bij) banen, van een governance code (zoals Tabaksblat bij beursconcerns) om dit misbruik tegen te gaan is geen sprake.

Voor meer informatie verwijs ik naar mijn zojuist verschenen essay Hoe verder? Opkomst en ondergang van het poldermodel. Naast de overheid acteren twee dominante partijen t.w. werkgevers en werknemersorganisaties.

De werkgeversorganisatie VNONCW is wellicht de meest gebureaucratiseerde van Nederland, met circa 200 bestuurders, meestal vertegenwoordigers van koepelorganisaties of beheerders van grote concerns. Een echte ondernemer, die voor eigen rekening en risico werkt, is in die bestuurlijke kringen even zeldzaam als de korenwolf volgens milieuactivisten. De vakbonden vertegenwoordigen nog maar 20 procent van de werkenden. In deze crisistijd hebben ze weinig meer te bieden, dus waarom zouden wij ze nog representatief achten voor de gehele beroepsbevolking, we hebben al meer zelfstandigen (middenstanders en ZZPers) dan vakbondsleden?

Het poldermodel is een corporatistisch model vooral afkomstig uit fascistische landen. Mussolini bracht het tot grote hoogte. Peron, Salazar en nog enkele anderen perfectioneerden het. Bij niet dictaturen werd het slechts door Nederland en Ierland na de Tweede Wereldoorlog toegepast en gedemocratiseerd. Corporarisme houdt in dat veel macht wordt uitbesteed aan niet democratisch gekozen instanties onder controle van de staat. De SER is er een mooi voorbeeld van, een soort schaduwregering voor sociaal-economisch beleid, veel zinnigs komt er meer uit.

Het poldermodel reanimeren? Laten we dat vooral niet doen, het werkt in zijn huidige vorm nauwelijks meer. Laten we het drastisch saneren en professionaliseren, dat laatste mede om grote verliezen te voorkomen zoals door speculatie bij Vestia. Dat scheelt al gauw miljarden per jaar.

Wel iets om je over op te winden?

Deze column werd ingezonden door Grimbert Rost van Tonningen. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›