"Daar stond ik dan. Dertien jaar had ik gewerkt bij het ict bedrijf. Er moesten tien van de vijftig mensen van mijn afdeling uit. De omzet was dramatisch teruggelopen. Toch heb ik maanden lang gedacht dat het mij niet zou overkomen. Ik was één van de weinigen met een bijzonder specialisme op het gebied van Java Script. Mij zouden ze zo snel niet kunnen vervangen zonder enkele grote klantcontacten in gevaar te brengen. Het liep toch anders."

Aan het woord is André. In 2008 raakte hij boventallig. Ik ontmoette hem in het kader van mijn werkzaamheden rondom verlies bij organisatieverandering. In dit artikel een verslag van zijn ervaringen en die van een leidinggevende in hetzelfde concern. Concrete tips voor collega's en leidinggevenden die worden geconfronteerd met boventalligheid.

Rouw als keerzijde van loyaliteit

"Ik was in shock. De laatste weken voor het gesprek waarin werd aangekondigd dat mijn baan zou verdwijnen, kreeg ik langzaam wel tekens dat het misschien toch fout kon gaan. Misschien heb ik mijn kop in het zand gestoken, misschien, maar ik kon ook gewoonweg niet geloven wat er zou gaan gebeuren. Het gesprek verliep chaotisch. Mijn leidinggevende, zo vertelde hij, was ook niet zeker van zijn baan. Hij zei tegen me dat de situatie ook kansen bood. Ik zou maximaal zes maanden boventallig worden. Ik weet nog dat ik alleen woedend was. Op hem, op het bedrijf, op collega's die wel konden blijven."

Hoezeer we ook horen dat 'de ontslagen menselijk zullen verlopen' en hoezeer we vermoeden 'dat we weten hoe ingrijpend een ontslag is', blijkt in gesprekken met leidinggevenden telkens hoezeer zij worstelen met het herkennen en erkennen van wat er daadwerkelijk speelt: een rouwproces. Medewerkers maken het rouwproces mee als 'keerzijde' van het hechtingsproces waarmee ze zich verbonden mensen aan hun baan en aan alles wat daarbij hoort (de collega's, het gebouw, de naam, de competenties, etc.). Rouw is zo de achterkant van loyaliteit.

Wirwar aan emoties bij ontslag

André vervolgt: "Ik merkte dat ik me enorm schaamde. Ook tegenover mijn collega's. Ik dacht lange tijd dat ik onmisbaar was. Ik zei dat ook regelmatig. En nu liep ik rond en zag collega's waarvan ik dacht dat ze zouden moeten vertrekken...maar zij bleven. Dat was moeilijk te verkroppen. Voor mij bleef er werk te doen, zeker de eerste maanden van bij periode van boventalligheid. Ik werkte eigenlijk heel hard die maanden. Liep met een grote glimlach op mijn gezicht rond. Ik zei…