Marieke, de office manager van Amsterdamse PR-bureau Spin Masters, staat bij de koffiemachine, waar ze bekertjes vult voor haar collega’s en voor zichzelf. Gehaast komt Victor op haar toegelopen. De baas van het bureau heeft altijd haast. ‘Hoi hoe gaat het?’ vraagt hij Marieke en die geeft meteen uitgebreid antwoord. ‘Met mij wel goed hoor, alleen is mijn moeder de laatste tijd niet meer zo goed ter been, ze moet aan de rollator en dat vind ze heel moeilijk. Ze is immers geestelijk nog helemaal bij en nu voelt ze zich…’ en zo kletst Marieke maar door.

Victors linkervoet begint ongeduldig op en neer te wippen en zijn aanvankelijke glimlach verandert in een grimas. Na wat hem een eeuwigheid leek maar in werkelijkheid niet langer duurde dan een minuut kijkt hij op zijn horloge en zegt ‘Sorry dat ik je onderbreek, zou jij dat rapport voor de presentatie zometeen in tienvoud willen kopiëren?’ waarna hij, zonder een antwoord af te wachten, wegbeent richting zijn kantoor. Marieke blijft met open mond en een gefronst vraagteken op haar voorhoofd achter. Hij vroeg toch hoe het ging? Wat was dit voor manier van doen? Wat een arrogantie!

Velen zullen deze irritatieklassieker wel herkennen. Het is een botsing tussen twee communicatiestijlen die diametraal tegenover elkaar staan: die van de Verbinder, Marieke, en die van de Beslisser, Victor.

Verbinders zijn altijd geïnteresseerd in het wel en wee van hun medemens. Als zij iemand vragen hoe het gaat, zijn ze graag bereid naar het antwoord te luisteren, hoe lang dat ook duurt. Als vanzelf gaan ze ervan uit, dat wanneer hen die vraag gesteld wordt, de ander ook openstaat voor hún verhaal. Dat ze met collega’s persoonlijke dingen bespreken, vinden ze de normaalste zaak van de wereld. Hoe beter je iemand kent, hoe meer je met hem of haar rekening kunt houden tenslotte.

Bij Beslissers ligt dat heel anders. De hoe-gaat-het-vraag is voor hen eigenlijk gewoon een adequate inleiding op een zakelijke vraag. Persoonlijke ontboezemingen van anderen vinden ze, zeker op de werkvloer, eigenlijk nogal ongepast. In professionele relaties zullen ze die zelf zelden of nooit doen, omdat ze werk en privé nu eenmaal strikt gescheiden houden. Want werk is werk. En als ze aan het werk zijn ze op een missie, die snel, efficiënt en met goed resultaat moet worden volbracht. Alles wat niet direct met die missie te maken heeft, beschouwen ze als hinderlijke ruis die voor nodeloos oponthoud zorgt. Niet voor niets is Victors favoriete oneliner bij mededelingen over iemand privéleven: ‘Bespaar me je intimiteiten!’.

Herkent u zich in het denken en doen van Victor, van de Beslisser? Stel de hoe-gaat-het-vraag dan niet aan types als Marieke. U weet dat u een uitgebreid antwoord kunt verwachten, u zult uw ongeduld vervolgens waarschijnlijk niet kunnen bedwingen en u beledigt de Verbinder in kwestie met een interruptie. Het is veel effectiever om u te verontschuldigen voor uw haast en meteen de vraag te stellen die u werkelijk stellen wilt. Had Victor gezegd: ‘Hoi Marieke, sorry dat ik het even kort hou, maar ik heb nog veel te doen voor die presentatie van straks. Zou jij dat rapport zometeen tien keer kunnen kopiëren?’, dan had Marieke uiterst begripvol geknikt en was ze meteen na het ronddelen van de koffie aan de slag gegaan, blij te kunnen helpen.

Bent u meer een type als Marieke, een Verbinder dus? Geef dan niet het antwoord op de hoe-gaat-het-vraag dat u normaalgesproken zou geven, maar volsta met ‘Goed hoor, waarmee kan ik je helpen?’. Zo voorkomt u dat u dat de Beslisser tegenover u de kans krijgt u te beledigen door u middenin uw verhaal te onderbreken. In plaats daarvan ontvangt u dankbaarheid voor uw behulpzaamheid. En bovendien: er zijn mensen genoeg om u heen die wél willen weten hoe het echt met u gaat!

Deze column werd ingezonden door Ewald Theunisse en Mayleen de Hoog. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›