Wat is de staat van het Nederlandse onderwijs? Welke keuzes moeten er gemaakt worden om het onderwijs uit het slop te trekken? Op de pagina’s van webgroepen wordt wanhopig gezocht naar antwoorden op vragen, variërend op thema’s als: de inzet van sociale media, de samenwerking tussen ouders en school, de werkdruk van leraren, de positie van het management en doordecentralisatie van onderhoud schoolgebouwen. Wij lijken bezig met grotere en kleinere reparaties in ons onderwijs aan te brengen zonder dat we ons afvragen of we werkelijk de goede dingen aan het doen zijn.

De sociale, politieke en economische ontwikkeling heeft de afgelopen decennia een steeds guurder klimaat veroorzaakt. Extreme uitwassen van het kapitalistisch systeem hebben Europa en Nederland aan de grens van een houdbare samenleving gebracht.
Ook het Nederlandse onderwijs wordt hierin meegezogen. De vraag is of de huidige investering die gepleegd wordt echt zal gaan lijden tot beter onderwijs.

Misschien zijn onze uitgangspunten wel verkeerd en onbillijk. Is er nog een weg terug? Voor mij staat daarin het primaire proces centraal waarbinnen vakmensen met een hoge vakbekwaamheid voldoende ruimte krijgen om invulling te geven aan hun functie.

Op vrijdag 16 maart jongstleden was Pasi Sahlberg (directeur-generaal van het Nationale Centrum voor Internationale Mobiliteit en Samenwerking – CIMO Helsinki) in Nederland aanwezig. Zijn inleiding ging over wat het Nederlandse onderwijsstelsel kan leren van Finland. Zijn verhaal heeft mij geïnspireerd en tegelijkertijd droevig gestemd om de heilloze weg die mijns inziens in Nederland is ingeslagen, op termijn om te kunnen buigen.
Er zijn grote verschillen te ontdekken tussen de uitgangspunten van ons onderwijsstelsel en de basisprincipes die door de Finse regering gehanteerd worden. Samengevat benoemde Sahlberg die als “Quality through equity”.

De Finse overheid is principegedreven en straalt vertrouwen uit over haar systeem en de mensen die daarin werken. Onderwijsinspectie ontbreekt in die zin zoals we die in Nederland kennen: regelgedreven. Voorspelbare resultaten worden als norm voor alle scholen gehanteerd worden, uitmondend in een soort bonus / malussysteem waar zeer zwakke scholen afgezet worden tegenover excellent presterende scholen.

In tegenstelling tot Nederland lijken Finse scholen veel sterker op elkaar: er vindt minder profilering plaats want “elke school is goed”. Schoolkeuzevrijheid voor ouders is geen echt issue. De verschillen in leerprestaties tussen Finse scholen zijn ook veel kleiner dan de verschillen tussen Nederlandse scholen. Als gevolg van de uitwerking van het gelijkheidsbeginsel worden veel kinderen met Special Needs opgevangen in de school om de hoek, in de eigen omgeving dus. In de school vindt minder selectie of streaming plaats. Bij de opvang van “dit soort” kinderen wordt veel meer geïnvesteerd in een preventieve aanpak dan in de ons land ook bekende duurdere “reparatie-op-latere-leeftijd”-aanpak.
Opvallend is dat Finse kinderen over het algemeen veel minder contacturen (leerkracht-leerling) kennen en er minder huiswerk gegeven wordt. Er wordt minder getest en er wordt ook minder gebruik gemaakt van gestandaardiseerde testen. “Test less, learn more”.

De positie van de Finse leraar is ook beduidend anders. Het beroep krijgt een zeer hoge maatschappelijke waardering. Leraren hebben (mede door het geringer aantal contacturen) veel meer tijd om samen te kunnen werken met hun collega’s en om elkaar aan te spreken op hun professionaliteit: de school als werkgemeenschap dus. Het thema werkdruk schijnt daardoor een kleinere rol te spelen. Leraren en scholen worden gestimuleerd tot samenwerking.
Finse docenten verkrijgen hun maatschappelijke status doordat ze academisch geschoold zijn en een goed salaris mogen ontvangen. Veel kandidaten voor het leraarschap worden teleurgesteld afgewezen door de strenge selectieprocedures van de pedagogische universiteiten.

Welke mogelijkheden bieden de Finse lessen ons op termijn?
- Zoek naar bredere en creatievere vormen van leren binnen en buiten de vaste lesuren van de school. Beperk het aantal contacturen en maak gebruik van de mogelijkheden die de ontwikkeling van dagarrangementen biedt.
- Investeer in de verdere ontwikkeling van academisch geschoolde leraren en biedt deze een conform salaris aan. Leraar mogen zijn is een “dream job”.
- Breng de toetsgekte terug en spreek de leraar aan op zijn vakkennis, inzichten en inschattingsvermogen wat kinderen kunnen en nodig hebben. Professionalisme versus accountability.
- Laat schoolleiders minder “managen” en laat ze een inspirerend leider zijn. Geef de leraren meer ruimte om zelf tot oplossingen in een goede werkorganisatie te komen. Stimuleer zelfverantwoordelijkheid.
- Stimuleer samenwerking tussen scholen in plaats van competitie te bevorderen. Maar vooral:
- Spreek als overheid je vertrouwen uit in je onderwijsmensen door een goed financieel fundament te bieden, maak een einde aan de bureaucratisering voortkomend uit centraal vastgestelde normen. Beperk de rol van de inspectie. Laat deze een andere, stimulerende rol spelen.

Deze column werd ingezonden door Ralph Hoffman. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›