Gezocht: ijkwezen voor de selecteur
Meten is weten, dat weet iedereen. En daarom wordt alles waarmee we meten zelf ook heel goed gemeten: de elektronische weegschaal in het laboratorium waar het op picogrammen aankomt net zo goed als de weegschaal van de groenteman op de markt, die met halve ponden tegelijk werkt. Want dat wat meet is op het resultaat van de meting net zozeer van invloed als dat wat gemeten wordt. Een lap stof die langs een meetlat gelegd wordt waarvan, zonder dat we daar erg in hebben, de millimeterstreepjes twee millimeter uit elkaar staan, pakt al gauw net zo lang uit als een half zo lange lap die gemeten wordt met een collegalat waarvan de millimeterstreepjes wél keurig een millimeter uit elkaar liggen.
Ook in het meten van niet-fysieke maten probeert men sinds jaar en dag een soort van ijking toe te passen: van intelligentietests en nog een heleboel andere psychologische tests is precies bekend waar het gemiddelde ligt en hoe - zeg maar - de streepjes daaromheen verdeeld zijn. Deze tests verwerven daarmee een zekere exactheid en vooral ook objectiviteit. Scoort iemand dertig punten onder het gemiddelde, dan weet je in ieder geval: aan de test heeft het niet gelegen.
Hoe anders gaat het eraan toe als wij niet een zak aardappelen maar een potentiële nieuwe collega de maat willen nemen. Wij zetten de sollicitant in een kamer tegenover een 'meetapparaat' dat die nacht slecht geslapen heeft of dat een half uur eerder van de invoegstrook gesneden is door een patser in een verkeerde auto die bovendien vervolgens luidkeels niet alleen de rijvaardigheid en het gezichtsvermogen maar ook 's apparaats seksuele voorkeur ter discussie stelde - en verwachten dan een weging waar we iets aan hebben.
'Ik vond de kandidaat een wat nonchalante, slordige indruk maken', zegt de interviewer met de onberispelijk geknoopte das en de altijd glimmend gepoetste schoenen, die achter zijn rug door zijn collega's 'de sergeant-majoor' wordt genoemd. 'Er kwam weinig uit hem' is het eindoordeel van de PZ-man die meteen op non-actief zou moeten als er een tachograaf voor aan-het-woord-zijn zou worden uitgevonden.
Wie beroepshalve met enige regelmaat sollicitatie-interviews en andere beoordelingsgesprekken moet voeren, zou eigenlijk onder nauwgezet toezicht van het IJkwezen moeten staan. Want waar je op de markt misschien hooguit een aardappel te weinig in de zak doet, daar kan de zakelijke beoordelaar loopbanen maken en breken. Daar is hij natuurlijk ook voor aangenomen. Maar je mag toch hopen - en…
Dit item is alleen beschikbaar voor leden. Inloggen svp »
Word nu gratis lid
- Lid worden is gratis, kost slechts enkele minuten en verplicht verder tot niets
- ManagementSite leden hebben toegang tot alle artikelen, online tests en instrumenten
- Kennisbank met de Top-100 onderwerpen voor de professional

Ronald van Domburg
Jacco van Uden
Jesse Zuurmond
Arend Ardon
Marjo Korrel
Willem Mastenbroek