Managers zeggen wel dat ze niet uit zijn op macht, maar ze zijn het wel. Geld speelt daarentegen nauwelijks een rol als drijfveer. Managers draaien werkweken van tachtig uur, verwaarlozen hun partner, vergeten hun hobby en herkennen hun kinderen niet. De oorzaak? Managers zijn vooral op zoek naar macht.

Dat managers niet toegeven dat ze op macht uitzijn, zou komen omdat het streven naar macht nog altijd een taboeonderwerp is. Wie geen macht nastreeft redt het echter niet aan de top. Macht als drijfveer hebben hoeft geen probleem te zijn. Topmanagers gebruiken hun macht op een sociaal aanvraardbare en ethisch verantwoorde wijze. Topmanagers hebben de behoefte om te presteren en willen het beste in zichzelf naar boven halen.

Er wordt bij de leiderschapsontwikkeling niet alleen naar competenties gekeken, maar vooral naar persoonlijke drijfveren. De beste bedrijven hebben nederige managers met wilskracht, verantwoordelijkheidsgevoel en prestatiedrang. Hoeveel ook op managers wordt afgegeven, ze staan wel in hoger aanzien dan directieleden. CEO’s geven zichzelf graag schouderklopjes voor hun prestaties, van hun ondergeschikten hoeven ze weinig bewondering en respect te verwachten.

Macht is een beïnvloedingsvermogen
Macht is de mate waarin een manager in staat is om anderen te laten doen wat hij wilt, respectievelijk om te vermijden dat hij gedwongen wordt om te doen wat hij niet wilt. De manager heeft daadwerkelijk macht, wanneer dit door de medewerker als zodanig wordt ervaren. Macht wordt daarmee mede bepaald door de waardering die medewerkers toekennen aan bijvoorbeeld de zeggenschap over middelen.
Een manager kan putten uit twee machtsbronnen: persoonsmacht en positiemacht.

Persoonsmacht
Persoonsmacht is naast de macht van de sterkste ook macht in de zin van lichamelijke aantrekkingskracht en deskundigheid. Deze machtsbron kan ook worden omschreven als charisma.

Positiemacht
Deze macht vloeit voort uit de positie die iemand vervult binnen de organisatie. Een positie geeft recht op en toegang tot bepaalde informatie, middelen en netwerken. Positiemacht noemt men ook wel hiërarchieke macht: de macht om mensen te straffen en te belonen.

Persoons- en positiemacht
Sommige macht ontleent een manager aan een combinatie van persoons- en positiemacht. Dit gaat soms op voor bijvoorbeeld connectiemacht: de manager behoort tot een bepaalde groep; kent bepaalde machthebbers. Dit type macht heet daarom ook wel referentiemacht. Informatiemacht is ook een combinatie van persoons- en positiemacht. Informatiemacht bestaat uit het toegang hebben tot kennisbronnen; het staan op bepaalde distributielijsten e.d.

Zie ook:

Macht en politiek in organisaties
Hoe spelen we het spel?
Martin Hetebrij
Het spel begint met politieke onhandigheid en loopt uit op het spel van de rat. Dit kan de kwaliteit van de besluitvorming ernstig aantasten. Als de consequenties zo zwaar zijn, is er dan wat aan te doen? Bewustwording van het ”politieke straatspel” is het begin. Daarna komen de meer verantwoorde en professionele speelwijzen.

(bron: Quotenet)