In deze economisch moeilijke tijden moet elke organisatie topfit zijn. De ‘survival of the fittest’ bepaalt welke organisaties de crisis overleven. Hoe FIT is jouw organisatie, team of afdeling eigenlijk?

Organisatiesucces wordt in essentie niet bepaald door het beste product, de slimste marketing of de meest efficiënte logistiek. De onderliggende succesfactor is de kwaliteit – ook wel: fitheid – van de organisatie. In het onlangs verschenen managementboek Maak je organisatie FIT beschrijft organisatiepsycholoog Arjan Eleveld met welke drie stappen je organisatie de crisis overleeft. In het FIT-model, staan de drie letters voor Focus (weten waar je heen wilt), Involvement (motivatie van je medewerkers) en Trust (het vertrouwen in de organisatie). Deze drie elementen bieden de ‘survivalkit’ voor crisismanagement. Als de organisatie op de drie cruciale punten goed scoort, zijn de overlevingskansen optimaal. De hamvraag is: hoe FIT is jóúw organisatie? Check het meteen met onderstaande vragen!

9 Kenmerken ‘Organisatie wel-fit’:

  1. Vrijwel alle medewerkers kennen de doelen van de organisatie of afdeling voor de komende twee jaar. JA/NEE
  2. Medewerkers krijgen regelmatig (dus niet alleen tijdens een functionerings- of beoordelingsgesprek) te horen hoe ze het doen. JA/NEE
  3. Medewerkers krijgen aandacht maar moeten zichzelf motiveren. JA/NEE
  4. Overbodige regels zijn afgeschaft. De regels die er wel zijn worden ook nageleefd. JA/NEE
  5. Thuiswerken mag, maar managers en medewerkers die vanwege fysieke afstand ‘beelden’ over elkaar kunnen vormen, komen regelmatig bij elkaar. JA/NEE
  6. Veranderingen duren niet langer dan gepland; deadlines worden bij ons vaak gewoon gehaald. JA/NEE
  7. Managers typeren hun medewerkers in doorsnee als ‘goed gemotiveerd’. JA/NEE
  8. Als de werkdruk hoog is, wordt daar nauwelijks over geklaagd. JA/NEE
  9. Het ziekteverzuim is laag; medewerkers melden zich alleen ziek als ze écht ziek zijn. JA/NEE

9 Kenmerken ‘Organisatie niet-fit’

  1. Bij ons wordt alles uit de kast gehaald om medewerkers te motiveren (financiële prikkels, snoepreisjes, secundaire arbeidsvoorwaarden). JA/NEE
  2. Managers hebben weinig te vertellen; er is vergaande medezeggenschap voor medewerkers. JA/NEE
  3. Je weet eigenlijk niet of de medewerkers het goed of slecht doen. JA/NEE
  4. Er is veel interne competitie (‘gezonde spanning’) tussen medewerkers en afdelingen. JA/NEE
  5. Er wordt geregeld informatie achtergehouden omdat die misschien wel relevant maar niet zo ‘geschikt’ is voor de medewerkers. JA/NEE
  6. De leiding wordt door de medewerkers gezien als afstandelijk en niet geïnteresseerd in mensen. JA/NEE
  7. Er is weinig vertrouwen: informeel wordt er gesproken over de ‘werkelijke bedoelingen’ van het topmanagement. JA/NEE
  8. Er is irritatie of onbegrip in de samenwerking. JA/NEE
  9. Commerciële kansen worden gemist door laks optreden. JA/NEE

 

Sleutel: Tel het aantal keren dat je ‘NEE’ antwoordde bij de vragen ‘WEL FIT’  bij elkaar op. Tel vervolgens het aantal keren dat je ‘JA’ antwoordde bij de ‘NIET-FIT-VRAGEN’ daar weer bij op.

Bij meer dan 9 punten is dat een teken dat de organisatie of het team waarin je werkt ON-FIT  is.

 

Maak je organisatie FIT; verbeteren zonder reorganiseren” Auteur: Arjan Eleveld. Uitgeverij Boom/Nelissen

Deze column werd ingezonden door Bas Kok. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›