Effectief ketenmanagement kent 10 vuistregels
Voor een effectief supply chain management (scm) gelden tien vuistregels. Dit blijkt uit een studie van de Brigham Young University te Utah en de Seattle University.
Het optimaliseren van de waardeketen door middel van scm begint met het formuleren van een visie en het maken van een routekaart om deze te realiseren.
Het tweede principe is dat de klant altijd het uitgangspunt van een scm-strategie hoort te zijn.
Ten derde moeten competenties die geen waarde toevoegen en niet tot de corebusiness horen, worden uitbesteed.
Eenvoud is de vierde regel. Dit geldt voor de structuur van leveranciersrelatie, de classificatie van het klantenbestand en het logistieke aspect.
In de vijfde plaats moeten ketenpartners zich bewust zijn van veranderende rollen (role shifting). Scm is een dynamisch proces en voortschrijdende technologie of een veranderend concurrentielandschap kan een ketenpartner dwingen een andere hoedanigheid aan te nemen.
De overige principes betreffen de ketenintegratie.
Hier geldt dat: 1) bruggen gebouwd en muren geslecht moeten worden;
2) niet alle relaties binnen de keten gelijkwaardig zijn;
3) dat wat meetbaar is gerealiseerd kan worden;
4) mensen zowel barrieres als bruggenbouwers kunnen zijn.
5) technologie een middel en geen doel op zich is.
Bron: http://www.Profnews.nl [Business Horizons]
Klinkt aannemelijk maar of het in de “buitenlandse” praktijk ook zo werkt vraag ik me vooralsnog af.
De meeste punten behoefen geen nadere uitwerking en zijn open deuren. De punten volgende punten zijn naar mijn idee wel interessant om nader te bespreken:
5) roleshifting:
Het is verstandig periodiek te reflecteren over de eigen rol in de keten en die van de andere partijen. De verhoudingen binnen de keten kunnen zich wijzigen, maar ook de structuur van de keten kan aan verandering onderhevig zijn. Technologische ontwikkelingen kunnen daar een belangrijke rol bij spelen. Machtsverhoudingen tussen partners moeten daarbij ook aan de orde komen.
7) niet alle relaties binnen de keten gelijkwaardig zijn;
Bij dit onderwerp geldt hetzelde als bij het vorige onderwerp. Belangrijk is wel dat er een spanningsveld kan zijn tussen de klantgerichtheid van partners onderling en de gepercipieerde hoeveelheid macht die partners hebben.
8) dat wat meetbaar is gerealiseerd kan worden;
Het is niet onverstandig de andere aspecten van het principe “SMART” ook te betrekken.

Ronald van Domburg
Jacco van Uden
Jesse Zuurmond
Arend Ardon
Marjo Korrel
Willem Mastenbroek
Katharina Schwarz