In het FD van 17 juli schrijft Max Boodie dat het klagen van adviseurs ten aanzien prijsschieten en tenderterreur niet terecht is. In dit geval moet Twijnstra en Gudde niet zeuren en als ze niet meer meedoen met het aanbestedingscircus, dan laat niemand daar een traan om…

Professionele inkoop bij de overheid is een nobel streven. Terecht merkt Boodie op dat de belastingbetaler gebaat is bij de laagste ‘total cost of ownership’ (vrij vertaald: de totale kosten tijdens de levensduur van een product). Maar, dit is nu precies het probleem. Overheidsinkopers zijn volstrekt niet in staat om de ‘total cost of ownership’ te berekenen. Men is alleen in staat de prijs te bepalen op het transactiemoment. Daarna wordt het product of de dienst in exploitatie genomen door een interne afdeling en verdwijnt het uit zicht van de inkoopafdeling. Er wordt dus helemaal geen integrale kostprijs berekend. De inkoopfunctie is hiervoor (nog) te onvolwassen. De interne organisatie weet vaak ook niet wat ze krijgt. In het FD van 29 juni schreef Hans van Vliet dat de relatie van inkoop met de interne organisatie al als een verstandshuwelijk wordt getypeerd. In mijn artikel genaamd Tenderterreur op deze site heb ik duidelijk gemaakt dat de relatie met de markt inmiddels is te typeren als een scheiding van tafel en bed.

Boodie vraagt zich af of het winstpercentage stijgt van Twijnstra en Gudde door minder in te schrijven. Waarschijnlijk wel. Waar ik hem niet over hoor zijn de alsmaar stijgende kosten van inkoop. Overheidsinkopers worden overladen met aanvullende wet- en regelgeving. De procedures worden steeds complexer en juristen staan klaar om elke procedure nog eens aan te vechten in een rechtszaal (1 kort geding per dag in Nederland over een aanbesteding, 2007). De door hem bepleitte laagste ‘total cost of ownership’ wordt zeker niet bewerkstelligd door de huidige kostbare inkoopprocedures. Het wordt tijd voor professioneel opdrachtgeverschap en het ontbureaucratiseren van de inkoop. Dan kan voorzichtig de relatie tussen markt en overheid weer worden hersteld.

Verder zullen professionele inkopers werken met inkoopmethodes en strategieën, zoals de populaire Kraljic matrices (gebaseerd op een artikel van dr. Peter Kraljic in het Harvard Business Review, genaamd Purchasing Must Become Supply Management, 1983). Niet elk product of dienst dient te worden ingekocht volgens dezelfde strategie. Afhankelijk van de strategische impact en de complexiteit van de leveranciersmarkt wordt een product of dienst gepositioneerd en wordt de juiste strategie toegepast. Toch komt uit recent onderzoek van de Universiteit Twente voor Stadswerk Noord (feb. 2007, Boes en Dorée) naar voren dat bij het gunnen de prijs veruit favoriet is boven de economisch meest voordelige inschrijving (EmvI). Dat betekent dat de strategie voor de inkoop voor routinegoederen wordt gebruikt. Pennen en potloden inkopen wordt op dezelfde manier behandeld als de inkoop van adviseurs. Een beroemd spreekwoord zegt: ”if you pay peanuts, you get monkeys”

Richard Puyt MSc. Is werkzaam als management consultant bij Expanding Visions BV (www.ev.nl) in Baarn. Tevens is hij redacteur op de partnersite InnovatiefOrganiseren

Deze column werd ingezonden door Richard Puyt. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›