Wat de siliconenspuit is voor de loodgieter, is de SMART-regel voor wie zich manager noemt. Onmisbaar gereedschap voor het vullen van de kieren en gaten in strategische notities en projectplannen. Het wordt er dan ook vanaf eerste cursus in gehamerd bij aspirant leidinggevenden. Wil je de kans op resultaten vergroten, dan moeten je doelstellingen voldoen aan vijf criteria. Elke dag weer oefenen overal in Nederland groepen cursisten op het SMART maken van hun doelen. Je zou verwachten dat de successen ze daarna komen aanwaaien als zeewind in Zandvoort. Dat blijkt in de praktijk echter vaak een illusie. Hoe maak je van een doel dan wel een resultaat?

Doelstellingen zijn lastig, dat weet iedere manager. Hoe scherp je ook opschrijft wat er gerealiseerd moet worden en hoe specifiek en realistisch je ze ook maakt. Als ze niet tot stand komen na langlopende discussies, zijn ze wel het begin ervan.
Ze gaan over meer en sneller en minder kosten en anders wel over anders, nieuws en nog nooit eerder gepresteerd. Doelstellingen zijn het startlint voor een lange wedstrijd
weg-op en we maken ze meestal terwijl we nog midden in de vorige wedstrijd zitten.
Een manager verzuchtte laatst tegen me:
“Ik ben gestopt met doelen stellen en al helemaal met SMART. Het hele proces kost me meer energie dan het oplevert. Als ze hier morgen de weg openbreken, komt er geen klant meer binnen. Wat heb ik dan aan een zeven procent hoger ordergemiddelde?

Het is illustratief voor wat veel managers ervaren als ze het proces doorlopen van zichzelf en elkaar doelen stellen. Nieuwe doelstellingen zijn zelden echt motiverend. En een tweede M van Motiverend toevoegen aan de regel verandert niets aan die constatering.
Het fundamentele probleem van het SMART maken van doelen is dat het de weg steiler maakt, anders gezegd dat het de kloof vergroot. Het gaat hier om een probleem van perspectief, zeg maar van uitzichtpunt.
Het enigszins ontmoedigende gevoel dat hoort bij “uitdagende doelstellingen” (iedereen kent het) wordt veroorzaakt doordat de aandacht zich richt op de kloof van het tekort. En van specifiek en meetbaar maken, wordt die niet smaller, maar eerder breder. Dat is niet goed voor het vrije weekend en al helemaal niet voor het maandagmorgengevoel.

Inmiddels is aangetoond, dat het voor het behalen van resultaten beter is, om je aandacht te verplaatsen naar de eindstreep. En niet naar de klinische coördinaten van die lijn, maar naar het moment in de toekomst en de belevenis van er over heen gaan. Naar wat je dan ziet en hoort, naar wat je dan concreet en tastbaar in handen hebt en het gevoel dat daarbij hoort. Het werkt het beste voor wie dit heel zintuiglijk en in positieve termen weet te formuleren. En het wordt sterker, door het naar jezelf en elkaar uit te spreken, op te schrijven en te herhalen. Door te gaan leven met het gevoel van de finishlijn, in plaats van de afstand. Met de uitkomst in plaats van het vertrek.

De vergelijking met sport is niet voor niets.
Als ergens is aangetoond dat het goed richten van de aandacht magische krachten kan losmaken is het wel daar.
Zakelijk en privé werkt het net zo. Aandacht zorgt voor energie. Wie focust op de uitkomst ziet geen obstakels maar juist bronnen en die gaat energie opwekken en aantrekken, bij zichzelf en bij anderen. Wat je ziet, wat je hoort en hoe het voelt. Probeer het zelf maar eens en u voelt het binnenstromen.

Een klein experiment? Vraagt u zich eens af wat het precies is, dat u motiveert om uw volgende vakantie te boeken en nu vast te betalen. Is dat het precieze aantal kilometers van de reis, de postcode en huisnummer van het hotel, het aantal vierkante meters van uw terras? Of is het dat zwoele zomeravond-gevoel, het geluid van krekels, het uitzicht over de baai en de geur van lavendel en jasmijn.

Doelstellingen zij lastig. Uitkomsten zijn prachtig. En als u de volgende keer weer met iemand over zijn of haar doelstelling praat, vraagt u dan eens: “En, hoe voelt het, om het bereikt te hebben?”

Wim Aalbers
werkt als adviseur en interimmanager
aan de slagkracht van organisaties.
www.wimaalbers.nl

© Wim Aalbers 2007

Deze column werd ingezonden door Wim Aalbers. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›