Sinds de wet Poortwachter in 2002 is het snelle succes bij ziekteverzuim in opmars. Enigszins terecht is dat wel. Er waren te veel ziekmeldingen. Te gemakkelijk bleven werknemers thuis. De kosten voor bedrijven rezen de pan uit. Dus kwamen er allerlei initiatieven om het ziekteverzuim terug te dringen. ARBO-diensten rezen als paddestoelen uit de grond, en een leger van aanverwante dienstverleners vond een plaats. Zo ook in de wereld van het langdurige ziekteverzuim.

Laten we eens kijken naar een fenomeen als ‘burn-out’. Velen geven toe dat dit ‘booming business’ zal zijn de komende tijd. Want alle dienstverleners ten spijt, de burn-out is moeilijk onder controle te krijgen. En drukt behoorlijk op het budget.

De aanpak van burn-out is een specialisme op zich. Dat doe je niet ‘effe’. Dat vereist een visie, die verder en dieper gaat dan andere vormen van ziekteverzuim waarop gemakkelijker te scoren is. Men houdt de werkgevers en opdrachtgevers voor, dat iemand sneller terugkeert in het arbeidsproces wanneer hij regelmatig op de werkvloer is tijdens zijn ziekteproces. Al is het maar een uurtje.

Dit idee is gebaseerd op ervaringen met mensen, die de burn-out misbruikten als een soort ‘sabbatical’. Maar toch is nooit bewezen dat je gezicht geregeld op je werk laten zien, daadwerkelijk tot genezing van de burn-out leidt. Waar het (ook) bij burn-out om gaat is het resultaat: de snelheid waarmee iemand terug is op de werkvloer. Die ‘snelheid’ is anders dan bij de meeste andere vormen van verzuim. Iemand is al snel 4-6 maanden afwezig. Als dat terug te brengen is tot 2-3 maanden, is dat prachtig. Als dat er toe leidt dat hij enige tijd (bijvoorbeeld 8 weken) ‘weg’ is, maar wel binnen kortere tijd terugkeert in het arbeidsproces is dat een succes.

Instellingen die al voor de Wet Poortwachter succes boekten met hun burn-out-aanpak worden momenteel een beetje overschreeuwd door jonge, op effect beluste organisaties met minder ervaring, maar met een snellere babbel.

Niet zelden zijn die oudere instellingen minder gis in hun presentatie, maar inhoudelijk zeer krachtig. En het resultaat mag er zijn. Als voorbeeld kan fungeren de stichting Daidalos in Driebergen. Vanuit een volstrekt unieke visie worden mensen daar met een burn-out snel vooruit geholpen, zonder dat ‘haast’ op de menukaart staat. Media en onderzoeksrapporten laten dat ook zien.

Organisaties zijn gevoelig voor woorden als ‘professioneel’ en een zakelijke ‘uitstraling’. Maar wees eerlijk: is dat een garantie voor een goed resultaat? Laten ze daarom eens over muren van de tijd heen kijken, en oog hebben voor de noeste werkers die werkelijk effect sorteren, wanneer het gaat om de aanpak van een burn-out. Dat is goed voor de organisatie, maar minstens net zo goed voor de gezondheid van het individu.

Deze column werd ingezonden door Bert Overbeek. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›