In het denken over management en leiderschap begint zich een nieuwe stroming af te tekenen. Mastenbroek duidt deze stroming aan als ‘de nieuwe strengheid’. In zijn column ziet hij echter een belangrijk aspect van de nieuwe stroming over het hoofd: de ontmaskering van het zogenaamde ‘verlichte leiderschap’.

In veel opzichten is de nieuwe strengheid reactionair. Ze grijpt terug op verloren gewaande opvattingen over bijvoorbeeld arbeidsethos en hiërarchische verhoudingen. Vaandeldraagster van de stroming is Judith Mair. Zij trok met haar boek ‘Schluss mit Lustig’ in Duitsland al veel aandacht en is ook hier een populair gespreksonderwerp geworden. Haar pleidooi valt zo op omdat je het zou verwachten van een mopperende man op leeftijd, en niet van een hippe jonge vrouw, zelfstandig ondernemer in de marketingsector.

Belangrijk voor het succes van Judith Mair (en anderen) is natuurlijk het keren van het economische tij. Na de verslechtering van de conjunctuur hebben organisaties minder middelen beschikbaar om ‘leuke dingen voor de mensen’ te doen. En daartoe is ook minder noodzaak omdat de arbeidsmarkt minder krap is.

Maar er is meer aan de hand. De kritiek van Mair raakt de kern van wat de afgelo-pen jaren de dominante opvatting over leiderschap is geweest; het zogenaamde ‘verlichte leiderschap’. In deze benadering behoort de leider vooral visie te hebben en zijn medewerkers te motiveren en de inspireren. Aandacht schenken aan medewerkers is voor de ‘verlichte leider’ van groot belang. Want wat goed is voor het individu is uiteindelijk ook goed voor de organisatie. Zo gaan maximale zelf-ontplooiing voor individuele medewerkers en maximale winst voor de organisatie uiteindelijk hand in hand.

Dat er nu steeds meer kritiek komt op de ‘verlichte’ visie van leiderschap is niet verwonderlijk. Want hoewel het ‘verlichte leiderschap’ erg democratisch en fi-lantropisch lijkt, is het dat in wezen niet. De verlichte leider vraagt nog steeds van zijn medewerkers dat zij doen wat hem voor ogen staat (‘de visie’), maar probeert zijn boodschap zo over te brengen dat zij dit spontaan en uit zichzelf gaan doen (‘motivatie en inspiratie’). Het ‘verlichte leiderschap’ is in feite autoritair leiderschap in een verhullende vacht van politieke correctheid.
Mair sluit aan op de intuïtieve afkeer die veel medewerkers hebben tegen de verlichte leider. Op dit punt mist Mastenbroek in zijn column een belangrijke schakel in het betoog van Mair. Zij wijst er naar mijn idee terecht op dat veel instrumenten van de verlichte leider bedoeld lijken voor het welbevinden van de medewerkers, maar in feite middelen zijn om de wil van de leider te realiseren. Veel teambuildingsbijeenkomsten lijden aan dit euvel. Mair kwalificieert deze terecht als zelfuitbuiting, zeker wanneer medewerkers buiten werktijd net zolang mogen naden-ken tot ze ongeveer dezelfde conclusie hebben bereikt als de leider al in zijn hoofd had. Zou het in deze gevallen niet beter zijn als de leider voortaan gewoon vertelde wat hij van zijn medewerkers wil?

Het zou de verlichte leider sieren als hij wat van zijn vermomming af zou leggen. En dat zou hem, en zijn medewerkers enorm kunnen opluchten.

Deze column werd ingezonden door Bart Drenth. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›