Een hoognodige afrekening met de mythe van de soft skills, emotionele intelligentie en teamgeest, en tegelijkertijd een pleidooi voor klassieke deugden als presteren, discipline en verplichte omgangsvormen. Aldus de flaptekst van ‘Het is mooi geweest: Het kantoor is geen pretpark’, door Judith Mair, Scriptum 2003.

De nieuwe strengheid is in opmars. Autoriteit, gezag stevige sturing, directief optreden. Ophouden met het geleuter over empowerment, zelforganisatie, autonome taakgroepen, draagkracht en acceptatie. Wat de baas zegt moet gewoon gebeuren. Punt uit. We zullen nog vele malen van deze boodschap kunnen genieten. Het recente boek ‘False prophets, the gurus who created modern management and why their ideas are bad for business today’, door James Hoopes, onlangs in M@n@gement besproken door Robin Janszen, staat ook vol met deze ferme taal.

Is dit allemaal kletskoek? Dat niet. Wie is er tegen “Presteren, discipline en goed omgangsvormen” ? Nog sterker: Veel organisaties zijn ongetwijfeld gebaat met strakkere sturing. Maar Judith Mair heeft ongelijk als ze teamgeest en verantwoordelijkheid onzin vindt. Ze heeft wel weer gelijk als ze stelt dat de moderne werknemer tot teamgeest en verantwoordelijkheid wordt gewongen. “Nou en!” Is dan mijn reactie. Is dat dan zo erg? We worden ook gedwongen een vak te leren, een rijbewijs te halen en met een computer om te gaan. Als je tenminste mee wilt komen in deze maatschappij. Mair geeft het advies niet mee te doen met autonomie en verantwoordelijkheid; ze noemt dat het mechanisme van de zelfuitbuiting. Om vijf uur is het werk gewoon afgelopen en de verantwoordelijkheid voor klant en resultaat ligt bij de baas. Een goed advies? Tja, als je het verder wel gelooft en je jezelf naar de periferie van de organisatie wilt begeven dan is dat een verstandige keus. Maar een goed advies?

Waarom is het zo moeilijk te vatten dat ‘strenger en gedisciplineerder’ heel goed samen kan en moet gaan met meer verantwoordelijkheid van medewerkers? In de praktijk kom ik doorlopend situaties tegen waarin de sturing fermer en meer gerichter moet zijn en waarin tegelijk de autonomie en de initiatiefkracht van de medewerkers versterkt moet worden. En dat kan en gebeurt in tal van organisaties. Met vallen en opstaan, heel moeizaam met tal van tegenbewegingen en verzuchtingen maar het gebeurt. Niet voor de lol en ook niet uit nobele motieven maar simpelweg omdat het nodig is om effectief met klanten om te gaan en de concurrent beter aan te kunnen. Dat is inderdaad de dwang die op ons in deze maatschappij van schaarse middelen en elkaar beconcurrerende organisaties wordt uitgeoefend.

Heeft het boek van Meir de wind in de rug. Ik denk het wel. Het controle- en beheersingsdenken is eigenlijk nog steeds zeer krachtig. Velen geloven in meer regels/ ISOcertificaten/ controle op controle, procedures, etc. Zie bijv de column van Waltman in M@n@gement.
In scherp contrast daarmee is de visie van Justus de Broeckenaere die zelfsturing gaandeweg ziet domineren. Ook dat gezichtspunt lijkt mij veel te eenzijdig. Ik heb dan ook nogal gekscherend op zijn column gereageerd door zijn gezichtspunt stevig uit te vergroten.
Het debat over de juiste balans tussen sturing en zelforganisatie is nog niet beslecht. Kom met uw eigen ideeen en ervaringen in uw reactie op deze column of met een eigen column.

Deze column werd ingezonden door Willem Mastenbroek. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›