Toen ik de bijdrage las van de heer Peters wilde ik eerst reageren in de interactieve ruimte bij de door hem geschreven column. Maar ik bedacht me dat de kern van de door Peters geschetste tragedie door veel “consultants” wordt onderschreven. En om aan alle onzekerheid een eind te maken; niet door mij!

Peters maakt m.i. de (inmiddels) klassieke fout om management consultants als externen te betitelen. Een klant die dat doet geeft daarmee impliciet de (beperkte) waarde aan van de consultant in kwestie. Externen zijn namelijk ingehuurde krachten die tijdelijke behoeftes opvullen in de organisatie van de opdrachtgever. Vroeger werden dat gewoon uitzendkrachten of inhuurkrachten genoemd. Consultants, in de ware zin van het woord, daarentegen zijn specialistische adviseurs, meestal in dienst bij een derde of zelfstandig, die geconsulteerd worden vanwege hun specialistische kennis en kunde. Zij komen niet in dienst bij de klant, vervullen geen operationele functies maar adviseren of begeleiden slechts, of werken in opdracht, en vaak zelfstandig, een traject uit welke zij presenteren aan de opdrachtgever. Deze consultants worden geacht hetzij een klankbordfunctie te vertolken (second opinion, idea challenge) hetzij een specialistische kennis in te brengen welke bij de opdrachtgever concernvreemd is. Concluderend: Externen zijn tijdelijk medewerkers, Consultants zijn opdrachtnemers.

Dan de branche organisaties en zogenaamde vakbladen. Branche organisaties zijn vaak als sportbonden voor de sporters; de vraag kan gesteld worden wie er eigenlijk voor wie is. Net als de banken; eerst waren de banken er voor de mensen, nu de mensen voor de banken. Branche organisaties zijn zelden een toegevoegde waarde, maar vaak veel meer een marktplaats van weinig kritische vakgenoten (die mekaar dekken). Er hoeft maar een consumentenblad of programma voor te worden bekeken om de dubieuze rol van branche organisaties te bevestigen. Vakbladen al eender. De meeste vakbladen van gildelieden zijn verkapte reclameplatforms van vakbroeders die in hun eigen innercircle zogenaamde redundante kennis spuien; zelden worden nova gepresenteerd, immers deze hebben commerciële waarde voor de bezittende en exploiterende entiteit! Dus wie verwacht er nou daadwerkelijke ondersteuning of kennisverbreding door branche organisaties en / of vakliteratuur. Slechts binnen enkele vakgebieden zoals Rechten of Medicijnen worden vakbladen vaak gezien als must of aanvulling. Maar in de consultant branche blijft dat echt wishful thinking.

Dan de bespreking van het wegvallen van de besproken cursus. Voorop gesteld dat ik de cursus inhoudelijk niet ken, is het mijn mening dat de echte consultant zijn kennis voornamelijk haalt van de markt, put uit zijn ervaring en inzichten (aanleg). Dit laatste is voornaam. Het laatste decennium is er een ongelofelijke kwaliteitsinflatie geweest ten aanzien van het metier en de titulatuur “consultant”. Eerder stond deze benaming voor haast gegarandeerde kwaliteit van kunst en kunde van de met deze titel behepte individuen. Tegenwoordig, en ik ben daar vaak getuige van geweest, worden mensen met een paar jaar werkervaring geronseld “consultant” te worden bij grotere bureaus. Dit zijn de bureaus die voor enorme bedragen en incentives klanten met te grote regelmaat opzadelen met onuitvoerbare oplossingen, schijnoplossingen en overbetaalde invuloefeningen. Daarbij kregen deze bureaus een te grote macht in het wel en wee van de door hen geadviseerde organisaties, niet in de laatste plaats bij overheid en overheid gerelateerden. De politiek heeft ook volkomen gelijk dat accountancy en (management) consultancy van mekaar dienen te worden gescheiden. Sterker nog, ik vind het apert onjuist als accounts en management consultants van dezelfde organisatie bij een en dezelfde klant opereren. Belangenverstrengeling is immers (in de mensenwereld) evident, zelfs al gebeurt dit onbewust.

Maar in het verlengde van voorgaande alinea wil ik stellen dat de bedrijven en de overheid veel te veel kennis hebben geëxporteerd. Men heeft een te grote afhankelijkheid gecreëerd van de adviessector, waardoor men niet alleen te vaak moet aankloppen voor advies, maar ook niet in staat blijkt advies op kwaliteit te toetsen. Kortom, er is een vicieuze cirkel ontstaan, waarbij ik de mening van Peters onderschrijf dat het adagium van vele grote jongens lijkt op: hou jij ze dom, houd ik ze arm. Voorwaar, een schande. Goddank, haal ik mijn arbeidsvreugde nog altijd uit het verlenen van kwaliteitsadvies, en een gelukkige klant; telkens weer. Dat de salariëring daarbij prettig is ervaar ik als een groot goed, maar arbeidsvreugde overtreft financiële compensatie op vrijwel alle fronten.

Dus? Is het niet gewoon terecht dat consultants, onder de huidige noemer, negatief worden bejegend, worden gezien als externen (i.p.v. erkende specialisten) en dus en masse worden weggesaneerd? Ik vind van wel. De beweging die in gang is gezet in de vorm van de zuivering van het koren, door het kaf af te scheiden, juich ik toe. Ik ben zelf slechts een zevental jaar adviseur, en loop tot op de dag van vandaag op mijn tenen om klanten de best denkbare oplossing te leveren. Dat is bij ons bedrijf het motto. Daarom is zelfs afgelopen jaar onze clientèle gegroeid in plaats van afgenomen. Ik zie met genoegen toe hoe bedrijven die ik jarenlang heb bezig gezien met schandalige praktijken, nu de mensen op straat moeten zetten of de factuurkosten halveren. Ze zijn mede debet aan de devaluatie van de titulatuur “consultant”, maar ze bloeden ook het eerst. De markt erkent kwaliteit juist in moeilijke tijden en zodoende zal straks waarschijnlijk weer recht worden gedaan aan de oprechte consultant, die met zijn gespecialiseerde kennis en kunde de klant weer echt waar voor zijn geld kan geven en zich niet langer in de schaduw van de vele premiejagers hoeft te schamen voor de titulatuur op zijn businesskaartje.

A.M.A. Goossens
GHC International

Deze column werd ingezonden door A.M.A. Goossens. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›