In januari van dit jaar werd bekend dat Microsoft, dat – net als een aantal andere grote software fabrikanten (zoals in ons land bijvoorbeeld Centric en Pink Roccade) – tot nu toe de broncode van haar software als de “belangrijkste intellectuele eigendom van het bedrijf” nooit heeft willen vrijgeven, onder voorwaarden alsnog delen van die broncode vrijgeeft voor overheden en internationale organisaties (b.v. NAVO). Dit nadat Microsoft enkele felle juridische gevechten met de Amerikaanse overheid heeft gevoerd.

Maar het is niet alleen de Amerikaanse overheid die zich roert. In Duitsland zijn inmiddels diverse overheidsinstanties overgegaan op NT-concurrent Linux. Daarnaast fungeert de Duitse centrale overheid als opdrachtgever voor de ontwikkeling van alternatieven voor Outlook en Exchange.
Frankrijk werkt aan een wet voor gebruik van open standaarden en open-source software voor de hele overheid. Groot-Brittanië overweegt open source te gaan gebruiken en Japan onderzoekt de mogelijkheden van Linux. Een studie in het kader van IDA-programma (Interchange of Data between Administrations) bepleit de inrichting van een Europees kenniscentrum met ‘pooling service’, zodat software op groter dan nationale schaal kan worden aangewend .

In Nederland is er nog geen sprake van wetgeving op dit terrein. Wel heeft de Tweede Kamer in oktober 2002 op initiatief van Groen links een motie aangenomen die als strekking had dat de Nederlandse overheid met ingang van 1 januari 2006 in principe alleen nog zou moeten werken met software met een openbare broncode .
Binnen de ICT-uitvoeringsorganisatie (ICTU) is inmiddels een kwartiermaker benoemd voor een nieuw op te starten programma “Open standaarden en Open Source Software (OSOSS)”. Dit programma heeft tot doel overheden te ondersteunen bij de ontwikkeling van open source software en zal in dat kader onder andere een platform voor uitwisseling van open source software opzetten.

Voordat wij antwoord geven op de vraag waarom al die overheden er zo fel op zijn dat de broncodes worden vrijgegeven, en of dit terecht is, gaan we hierna kort in op het begrip open source software en de belangrijkste producten op dit terrein.

Wat is open source
Bij open source software is de broncode, de programmeercode, inzichtelijk voor derden. Uitbreidingen schrijven op deze code of koppelingen realiseren met andere applicaties wordt daarmee mogelijk, ook voor derden.
Open source wordt ten onrechte nog wel eens verward met freeware, oftewel software die gratis ter beschikking wordt gesteld. Niet alle open source software is echter freeware, en niet alle freeware is open source. Bekendste voorbeeld van freeware met een gesloten “source” is Acrobat Reader.
Een mooi voorbeeld uit eigen land van open source software, die gratis ter beschikking wordt gesteld, is het content management systeem “Web in a box”. Deze applicatie is in opdracht van gemeente Amsterdam ontwikkeld door Framfab en wordt gratis ter beschikking gesteld aan andere overheidsinstellingen .

Belangrijkste toepassingen
Eén van de bekendste open source producten van dit moment is Linux, waarvan de kern is ontwikkeld door Linus Thorvalds. Linuxsystemen zijn er in alle soorten en maten. Een voorbeeld van een besturingssyteem, gebaseerd op Linux, is Red Hat Linux.
Een ander bekend open source-besturingssysteem is UNIX. De kern van UNIX is vrij verkrijgbaar, en fungeert bijvoorbeeld als basis van de proprietary versie van het operating systeem Sun Solaris.
Maar er zijn ook open source toepassingen op het gebied van kantoorautomatisering (KA). Een concurrent van MS Office is bijvoorbeeld Open Office en gelijkwaardige maar goedkopere concurrent voor Excel is bijvoorbeeld Gnumeric.
Open source concurrenten voor Microsoft Internet Explorer zijn Opera en Mozilla, en als het om de webserver gaat is Microsoft IIS inmiddels voorbij gestreefd door het in veel gevallen gratis Apache

Argumenten vóór open source software
Wat zijn nu de voordelen van open source software, die maken dat overheden steeds meer over gaan tot een actieve promotie van deze categorie software.

Allereerst heeft het te maken met marktwerking. Microsoft, bijvoorbeeld, is op dit moment onbetwist marktleider op het gebied van besturingssystemen (Windows NT, 2000, XP) en kantoorautomatisering (Office). De gegevensuitwisseling tussen diverse toepassingen binnen bijvoorbeeld Office is optimaal. Waarvoor overigens alle lof.
Ondertussen brengt Microsoft ook steeds meer nieuwe toepassingen op de markt (denk aan het nieuwe CRM-pakket), die ook weer optimale koppelingen kennen naar andere Microsoft-producten.
Er zijn diverse concurrerende pakketten op de markt, die op zich ook erg goed zijn. Doordat Microsoft haar broncode niet vrijgeeft, is de koppeling van deze pakketten met Office echter minder. Waardoor veel organisaties uiteindelijk toch weer voor Microsoft kiezen. Ze hadden Office immers toch al in huis.
Gegeven deze ontwikkelingen dreigt de marktwerking teniet gedaan te worden en Microsoft zich steeds meer als monopolist te kunnen gaan gedragen. Hetgeen een negatieve invloed heeft op de prijsontwikkeling.
Wanneer sprake zou zijn van meer marktwerking hadden Microsoft en Oracle bijvoorbeeld nooit de wijziging in de licentiestructuur kunnen doorvoeren, zoals wij die recent hebben gezien (en die voor veel organisaties tot een drastische kostenverhoging heeft geleid), en zouden de prijzen waarschijnlijk anders liggen. Om een voorbeeld te noemen: een server zonder besturingssysteem kost op dit moment ca. € 2500,-. Eenzelfde server met daarop Red Hat Linux kost ca. € 2775,-. Dezelfde server, tenslotte, met daarop het Windows besturingssysteem kost ca. € 6000,-.
Dit zijn prijsverschillen die ertoe doen. Geen wonder dus dat overheden steeds meer aandringen op open source software. Is het niet vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, dan is het wel vanuit hun positie als grootverbruiker.

Een ander voordeel van inzicht in de broncodes is dat je als gebruiker als het ware onder de motorkap kunt kijken om op die manier de betrouwbaarheid van een bepaalde toepassing te controleren. Een niet onbelangrijk argument in een tijd dat er steeds mee aandacht is voor het vraagstuk van informatiebeveiliging. Microsoft heeft bijvoorbeeld aangegeven juist met het oog op dit argument haar broncodes voor een deel te willen vrijgeven.

Argumenten tégen open source software
Behalve argumenten vóór, zijn er ook argumenten die juist tégen open source software pleiten. Want is een open source oplossing bij initiële aanschaf goedkoper dan een vergelijkbaar product waarvan de broncode niet is vrijgegeven, eenmaal in huis moet het wel ingepast worden in de aanwezige omgeving. Afhankelijk van het kennisniveau in eigen huis, zal hier of een extra eigen inspanning voor moeten worden geleverd of externe ondersteuning voor moeten worden ingehuurd. Daardoor liggen de installatie- en configuratiekosten substantieel hoger.
Een ander argument dat tegen open source software pleit, is dat de zekerheden met betrekking tot onderhoud en support minder zijn dan bij “commerciële software”.

Wat te doen
Het staat buiten kijf dat de huidige situatie op de softwaremarkt ongewenst is. Zeker waar het KA-toepassingen en overheidsspecifieke software betreft. Vanuit economisch perspectief is een oligopolie of monopolie verre van optimaal.
Het verdient zodoende zeker aanbeveling dat niet alleen overheden maar ook het bedrijfsleven open source software als serieus alternatief positief benaderen. Waarbij vervolgens wel de total cost of ownerschip (TCO) scherp in de gaten moeten worden gehouden, en overheden vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid wellicht iets extra mogen over hebben voor open source software om de huidige marktsituatie om te buigen.

co-auteur: Bert van de Bovenkamp (EV)

Deze column werd ingezonden door Stijn Sprenkels. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›