‘We worden weer amateurs’

Toen ik begin midden jaren tachtig in het vak stapte werd een organisatieadviseur, zo heette dat toen nog, ingehuurd als iemand die meehielp een bedrijf effectiever en efficiënter te maken. Ik hunker nog wel eens naar die tijd. Tegenwoordig zijn we onderdeel van de groep ‘externen’ die je er als eerste uitgooit als je kosten wilt besparen. Je haalt ze niet meer binnen om kosten te besparen, nee je smijt ze er juist uit. Zoals de onderwijzer op de lagere school en de docent van het voortgezet onderwijs met minachtig wordt bekeken, zijn ook de management consultants (zo heette dat voor kort) ook onderdeel geworden van de categorie vervallen cultuurgoederen. Nog sterker ik voel soms een vorm van haat naar al die consultants. Dat doet me vreselijk zeer; ik heb bedrijfskunde gestudeerd aan de Interfaculteit in Delft, heb Sioo gedaan, ben lid van de Ooa (Orde van organisatiekundigen en- adviseurs) en ben daar zelfs bij tijd en wijle actief in. Met eer en geweten probeer ik het vak serieus uit te voeren en mijn klanten verder te helpen.

Met name over de inhoud van de laatste twee Management Consultant Magazines (ons vakblad) ben ik me rot geschrokken. Dat blad had overigens tot voor kort de ondertitel ‘het blad voor de organisatieadviseur’ en inmiddels zie je dat het woord Management steeds kleiner wordt geschreven en het woord Consultant steeds groter op de omslag staat. Ook dit blad moet natuurlijk van alle marktjes mee knabbelen. Hoe onduidelijker je profiel hoe groter je bereik, zal de achterliggende gedachte zijn.

Nadrukkelijker heb ik het toch nog niet gezien dan in de laatste twee MC-Magazines. In welke identiteitscrisis zijn we als beroepsgroep beland? Sioo heft zijn beroepsopleiding op en de VU heeft nog slechts 19 cursisten voor het nieuwe jaar. Er zijn duizenden consultants is ons land en wat doen we? Er worden zegge en schrijve 19 organisatie-consultants per jaar serieus opgeleid. Ik ben altijd erg benieuwd waar al die anderen hun kennis vandaan halen. Wie weet dat trouwens? In het voorlaatste Magazine werd al gewag gemaakt van de crisis binnen de ROA (de brancheorganisatie voor de bureaus), waarbinnen de G4 (de grote vier) de dienst uit maken en niet eens meer de moeite nemen de rest van de bureaus bij te praten. En dan maak ik me toch grote zorgen: we heffen de beroepsopleiding op, de alternatieve opleiding van de VU heeft nog slechts 19 cursisten, in de brancheorganisatie praten we niet meer met elkaar en de Orde (Ooa) geeft geen aanwas van jonge leden en vergrijst. Dat zou niet zo erg zijn, als we kunnen stellen dat het vak zichzelf daadwerkelijk heeft overleefd. Maar organiseerproblemen zijn van alle tijden.

Gelijktijdig worden we overigens wel door de markt afgestraft als een stelletje zakkenvullers: wegwezen met die handel in gebakken lucht. En is dat dan vreemd geven het bovenstaande?
Zelfs de SP (Agnes Kant) komt met een voorstel om de accountancy en ‘de adviesdiensten’ (waar komen toch al die woorden vandaan?) te splitsen. Adviseurs van Ernst & Young, KPMG en PWC moeten zich in allerlei bochten wringen om hun werk nog te mogen doen onder een juridisch acceptabele titel om de wetgever op een verkeerd spoor te zetten: Business Advisory Services of Sustainability Services (vreselijk). Snapt de klant dit allemaal nog wel? Ook MC-Magazine doet er vrolijk aan mee: ‘De discussie over het aanbieden van non-audit-diensten blijft boeien’. Weer een nieuw woord: ik ben een non-audit-consultant. Peter de Groot van KPMG zegt dan nog wel ‘Wij helpen mensen en bedrijven verder’ (pagina 10, Management Consultant Magazine nr. 8, 2002), maar volgens mij helpen ze vooral zichzelf verder. Het laat zich raden waar er in de vergaderkamers van deze grote jongens (de G4) over wordt gesproken, maar vast niet over de vakinhoudelijke professionaliteit, ook niet over hoe een onafhankelijk advies moet worden georganiseerd of over het adequaat opleiden van jonge mensen al helemaal niet. Het gaat alleen nog maar over in-lock, hoe krijgen we de klanten in onze val en klap die val daarna dicht zodat ze echt niet meer zonder ons kunnen (Sustainable-Profit). Dat hebben we geleerd van Bill Gates. Over hoeveel indirecte uren deze mensen verbranden aan braaftaal en misleiding van de markt zullen we het verder niet hebben. Duidelijk is wel dat hun junioren steeds meer directe uren moeten maken om deze kostenpost te neutraliseren. ‘Nee jongen (M/V), ga jij maar niet naar de beroepsopleiding daar heb jij geen tijd meer voor in de intensieve advieshouderij’. Hou jij ze dom, hou ik ze arm. Jammer Sioo, jammer Roel in ‘t Veld, jammer Jaap Boonstra, het was een prachtige opleiding (bedankt Ad Boer). Het zal wel weer een verstandig, rationeel en professioneel besluit zijn en toch klopt hier niets van.

Deze column werd ingezonden door Jaap Peters. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›