Ruim 10 jaar geleden begon in de Verenigde Staten het Human Brain Project en nu wordt daar vrij algemeen gesproken over de komst van de neurosociety. Hoewel wij Nederlanders bekend staan als toegewijde trendvolgers van Amerika lijkt het erop alsof innovatief Nederland ditmaal de boot gemist heeft. Termen als neuromaatschappij, de chrono-architectuur van het brein, neuromarketing, neurotechnologie research, neurocompetitief voordeel, neuro-elektronica, neuro-ethiek, neurocognitief vermogen, en neuro-economie zijn nauwelijks doorgedrongen in ons taalgebruik, laat staan dat er enig besef is dat wij aan de vooravond staan van een nieuwe revolutie: de komst van het neurotijdperk. Het innovatieplatform van Balkenende, als we er al iets van horen, politici en zakenlieden hebben het over de kennismaatschappij. Hoewel niet ontkend kan worden dat kennis te maken heeft met ons brein is de neuro-economie al weer een brug verder. Convergerende technologieën, als gevolg van het samenkomen van nanotechnologie, biotechnologie en de cognitieve wetenschappen maken deze kwantumsprong mogelijk.

Konkreet kunnen twee varianten van de toekomstige neuromaatschappij – voor het gemak neem ik deze term maar even over – worden onderscheiden die berusten op een volkomen tegengesteld beeld van de toekomstige werkelijkheid.

De eerste – materialistische- variant vertaalt de verkregen inzichten in nieuwe farmaceutische producten zoals intelligentiepillen en andere instanthulpmiddelen. De heersende politieke en ondernemersklasse is een groot voorstander van deze benadering en heeft president George Walker Bush al voor hun karretje weten te spannen waardoor er een grootschalig onderzoek komt naar de geestelijke gezondheidszorg van de Amerikanen. Nu is bekend dat een half miljard mensen op de wereld last heeft van geestelijke gezondheidsproblemen en het is dan ook geen wonder dat de farmaceutische en medische industrie het water al uit de mond loopt bij het vooruitzicht nog meer mensen van zich afhankelijk te maken en nog meer controle over het menselijke denken te krijgen.

De tweede variant vertaalt de verkregen inzichten in bewuste leerprocessen en ik noem de daarbij gebruikte technologie dan ook bewustzijnstechnologie. Hierbij worden technologische hulpmiddelen gebruikt om de subtiele lichaamsignalen van een of meerdere personen te meten en vervolgens leert/leren deze mensen om met behulp van hun eigen denken en voelen de gemeten resultaten te beïnvloeden en te veranderen. De bio- en neurofeedbacktechnologie veroorzaakt een cascade van leerprocessen waarbij de betrokkenen nieuwe vaardigheden en nieuw gedrag leren en – het moet gezegd worden – niet langer van buitenaf zijn te controleren omdat ze leren volledig bewust controle over zichzelf te krijgen. Inderdaad datgene wat vroeger twintig jaar of langer duurde en wat slechts voor een enkele yogi of zenmeester was weggelegd komt nu beschikbaar voor iedereen en leidt tot hetzelfde resultaat in een tiende van de tijd . De bewustzijnstechnologie is inmiddels al zo goedkoop (enkele honderden euro’s) en eenvoudig dat deze voor iedereen toegankelijk is en ook al in de vorm van computerspelletjes en via internet beschikbaar begint te komen.

Buitengewoon interessant is dat een aantal vooraanstaande ontwikkelaars en producenten van de bewustzijnstechnologie uit Nederland komt: deze bedrijven zijn echter op dit moment bekender in het buitenland dan in Nederland.
Een van hen brengt binnenkort het eerste echte neurofeedbackspel ter wereld op de markt. Spelenderwijs een zenmeester worden dat is de toekomst, vooral ook omdat kinderen in een fractie van de tijd van volwassenen leren om de technologie maximaal te benutten. ”Outsmarting” de leraar en onderwijzer is voor bijna elk kind weggelegd en de crisis in het onderwijs, waar de leermethoden en leerstof al lang niet meer aansluiten bij de ervaring van grote aantallen jongeren, zal het proces alleen maar versnellen.

De gevolgen voor management, management-consultancy, training en opleiding zijn gigantisch. Hoewel zelforganisatie een veel gebruikte term in organisatieland is, tref je maar zelden echte zelforganisatie aan. Echte zelforganisatie kent slechts een regel: volg je hart en deze regel is per definitie in tegenspraak met hiërarchische controle. Ons eigen complexe brein blijkt evenwel te werken volgens het principe van zelforganisatie, door het zoeken naar nieuwe uitdagingen buiten de gebaande paden ontwikkelen zich nieuwe verbindingen en nieuwe combinaties tussen de neuronen in onze hersenen, met andere woorden de innovatieve mindset waar politiek en ondernemend Nederland zo’n behoefte aan zegt te hebben ligt juist om de hoek van hun gezichtsveld.

Ook de politieke crisis van Nederland komt in een geheel nieuw daglicht te staan in het licht van fractale leerprocessen door permanente feedback.
De feedback in politieke processen is namelijk nauwelijks aanwezig; om de vier jaar mogen we stemmen terwijl de verkiezingsprogramma’s door de snelheid van de maatschappelijke ontwikkelingen al verouderd zijn op het moment dat we stemmen, laat staan dat de kiezer zich nog herkent in het beleid dat vervolgens tot stand komt. Alleen een vorm van directe democratie zal de band tussen politici en burgers kunnen herstellen en daar is waarschijnlijk een hele nieuwe generatie politici voor nodig niet belast door platgewalste neuronale paden in hun breinen.’

Op basis van mijn persoonlijke ervaringen ga ik ga nog een stap verder: toekomstige groepen mensen zullen niet meer opereren als van elkaar afgescheiden individuen maar zullen samen denken en bij elkaar komen om iets gezamenlijk te exploreren. Wanneer de groep een bepaald niveau van coherentie heeft (een vorm van groepsresonantie) ontstaat er een hogere groepsorde en ontwikkelt zich een vorm van groepsintuitie, waardoor de groep in een minimum van tijd een stemvork wordt voor het binnenstromen van wijsheid.

Ik wens iedereen veel wijsheid toe in 2005.

(Jacques Groenen is mede-oprichter van Fun-da-Mental)

Deze column werd ingezonden door Jacques Groenen. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›