In vrijwel elke organisatie is er sprake van achterstallig onderhoud: underperformers die het bereiken van optimale resultaten in de weg staan. Uit recent onderzoek blijkt dat maar liefst de helft van de Nederlanders met tegenzin naar z’n werk gaat. De helft! Dat is toch niet te geloven. En dat tweeduizend jaar na Christus. Onvoorstelbaar eigenlijk. Zeker als je bedenkt hoeveel werkzame uren een dienstbaar leven telt: tussen de 60 en 80 duizend!

En waarom presteren mensen dan minder dan ze werkelijk kunnen? Waarom lopen ze de kantjes er van af? Kunnen ze het dan écht niet? Is het niet mogelijk om dergelijke medewerkers dan toch in beweging te krijgen? En hoe komt het toch dat mensen na hun werktijd vaak opbloeien? Dat er dan een enorme hoeveelheid creativiteit tevoorschijn komt, die ten goede komt aan allerlei zaken zoals de schaakclub, de oudercommissie of de duivenmelkvereniging? Heel apart eigenlijk. Iedereen heeft immers kwaliteiten, maar als die niet tot wasdom komen in je huidige baan, dan blijft er dus veel potentieel liggen. Veel onbenut human capital dus. Volgens mij heeft het alles te maken met aandacht en betrokkenheid. Vaak blijkt in die gevallen dat er iets fundamenteels aan de hand is: men heeft geen leuk werk, of geen inspirerende baas, of krijgt onvoldoende perspectief, of blijkt hele andere talenten te hebben, of kent zichzelf nog steeds niet, of houdt zichzelf voor de gek, etc. Het is immers bekend dat hoger opgeleide mensen in feite worden getriggerd door twee zaken:
• De relatie met je baas: heb je echt een verbinding, kun je met problemen bij hem of haar terecht en heb je een open vertrouwensrelatie?
• Het geboden perspectief: wat zijn je kansen, welke uitdagingen kan de organisatie jou bieden?

Moet je eens kijken wat er gebeurt als je samen met die mensen gaat kijken naar de baan die écht bij ze past (volgens het motto: ‘geef mij de baan die bij me past en ik hoef niet meer te werken’). Waar hun talenten wel ten volle worden benut. Waar ze at the end of the day nog steeds met fonkelende ogen door de gangen lopen. Waarbij ze thuis enthousiaste verhalen vertellen over hun werk. Domweg omdat ze het gewoon leuk vinden!

Dus als je stuurt op trots, op waardering en erkenning, dan zul je zien dat de hoofdjes omhoog gaan en de ruggen weer gerecht worden. Laat je collega’s schitteren: maak niet de grond onder hun voeten heet, maar wakker het vuur in hen aan! Spreekt voor zich dat dit eisen stelt aan de wijze waarop jij je mensen managed. Realiseer je dat een leider zijn positie en acceptatie als het ware moet ‘verdienen’ op basis van zijn kwaliteiten, gedrag en waarde. De traditionele directieve stijl van leidinggeven – IQ gedreven (waarheid, feiten, contract, eigen expertise, vertellen) – maakt in toenemende mate plaats voor een stijl van leidinggeven waarin EQ (vertrouwen, gevoel, contact, waarden, vragen) en SQ (betrokkenheid, zingeving, inspiratie, verbinden)  domineren.

Deze column werd ingezonden door Dirk-Jan de Bruijn. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›