Ooit te oud om te leren?

Het kabinet wil dat de meeste Nederlanders een hogere opleiding hebben. Onlangs bleek uit onderzoek dat op veel middelbare scholen met havo-afdelingen meer dan de helft van de leerlingen ooit blijft zitten en het slagingsgemiddelde op een mager zesje ligt. Scholen moeten zich verantwoorden en beter gaan presteren. Maar willen we wel graag leren?

Ik geef les aan hoger opgeleiden die hun best doen meer te leren: studenten op de universiteit en in onze eigen leergangen. Het gaat dan vaak over verschillende vormen van organiseren, bijpassende interventievaardigheden en de effecten daarvan.
Veel deelnemers zijn zelf (organisatie-)adviseur of docent en dagelijks bezig anderen nieuwe dingen te leren: anders te kijken, nieuwe dingen te doen. Ze vragen hen hun oude vertrouwde patronen los te laten en nieuwe te verkennen.

Goede docenten en adviseurs hebben aandacht voor de omstandigheden waarin hun leerlingen of klanten leren, voor de manier waarop ze leren en welke hobbels ze daarbij overwinnen. Ze zijn verbonden met hun ‘pupillen’ om te weten wat ze van hen vragen of hen zelfs aandoen. Daar mag je als student of klant toch vanuitgaan?

Voor leren is openheid nodig, nieuwsgierigheid en durf, overgave en vertrouwen in de persoon die je het nieuwe onbekende inleidt. Het zijn impliciete uitgangspunten van veel opvoeders, sport-trainers, docenten en adviseurs.

Ouders die je ‘vieze’ groenten lieten eten en van wie je op zwemles moest. En met wie je ook in het bos op onderzoek uitging en die je leerden fluiten op een grasspriet en voor anderen te zorgen. Doel en functie waren je niet duidelijk. Zo dacht je niet, maar je vertrouwde hen en vaak was je – soms jaren later – blij dat je mogelijkheden toegenomen waren en je wereld vergroot was.

Steeds vaker kom ik mensen tegen die anderen nieuwe dingen willen bijbrengen, maar zelf alleen willen leren binnen de kaders die ze al kennen: niet echt nieuw of anders, maar uitbreiding van het al bekende repertoire. Die alleen een ‘leer’traject instappen als van te voren helder is wat ze ermee opschieten. Ze geven expliciet aan alleen te willen leren binnen hun eigen vertrouwde paradigma. Nieuwe wegen inslaan doen ze meestal niet als doel en functie hen niet duidelijk zijn.

Maar is de kern van veel soorten leren juist niet, dat je je oude referentiekader als vertrekpunt gaat relativeren, dat je nieuwe referentiekaders gaat ontdekken waarmee je je bekende doen en laten in een nieuw licht kan zien en waardoor je nieuwe mogelijkheden tot je beschikking hebt? Dit is wat veel docenten en adviseurs hun leerlingen en klanten voorhouden, terwijl ze zelf soms bijna in paniek willen vasthouden aan één, vertrouwd kader. Het is als mensen die in zwart-wit denken en kijken en aan wie je vertelt dat er ook kleuren zijn. En dan denken of hopen ze door variaties in hun eigen zwart-witwereld te maken, kleuren kunnen bereiken. Het levert hen hoogstens nieuwe grijstinten op.

Is dit de paradox van veel docenten en adviseurs, die anderen vragen te veranderen terwijl ze het zelf niet kunnen of willen? Hoe geloofwaardig ben je als je van studenten of cursisten verwacht dat zij in het diepe springen, terwijl jijzelf minder moed hebt om zo’n proces te door te maken en dat ook uitstraalt?

En is leren niet onlosmakelijk deel van het leven? Als je met leren stopt – en helemaal als je daartoe zelf rationeel besluit –, verminder je de wisselwerking met je omgeving en verouder je binnen de kortste keren. Maakt interesse in andere mensen, op onderzoek uitgaan, je overgeven en openstaan voor nieuwe ervaringen het leven ook niet gewoon heel erg boeiend en spannend? In deze moderne tijd voor de durvers onder ons de beste en goedkoopste verjongingskuur!

drs. Imelda F.M.Schouten
Stichting Sezen

Deze column werd ingezonden door Imelda Schouten. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›