Er wordt de laatste jaren veel aandacht besteed aan (falend) leiderschap, rattengedrag en onproductieve gedragingen in organisaties.

Het laatste wordt veelal in verband gebracht met de eerste twee waarnemingen.

Waar ik tot dusver niets over heb gelezen is de relatie tussen de hoogte van IQ, kwalitatief leiderschap, rattengedrag en het succes van managementteams.

Uit (veelal Amerikaans) onderzoek blijkt dat mensen waarvan het IQ meer dan 10 punten van elkaar verschilt, meer problemen ondervinden bij het opbouwen van vertrouwensrelaties en productieve samenwerking, dan mensen waarvan de IQ’s minder dan 10 punten van elkaar af liggen.

Ook blijkt uit dit type onderzoek dat mensen met IQ’s van 130 punten of meer, veel minder tot nauwelijks de neiging hebben om destructief en oneerlijk gedrag in relaties te vertonen. Ze zouden eerlijker zijn en meer gericht op het collectieve dan het individuele succes.

Gedrag in relaties is makkelijk te transformeren naar gedrag in organisaties. Daar hangt succes of falen immers sterk af van de onderlinge relaties.

Het risico op wantrouwen, destructief en rattengedrag is dus waarschijnlijk ook groter in managementteams waar de IQ’s ver uiteen liggen. De mensen met lagere IQ’s zouden dan het rattengedrag eerder vertonen dan de collega’s met hogere intelligenties.

Sluwheid versus slimheid leidt tot problemen in organisaties.

Nader onderzoek lijkt me geboden.

Mocht mijn hypothese juist zijn, dan zou onproductief en destructief gedrag in organisaties gereduceerd kunnen worden door beter op de aansluiting tussen de IQ’s van de diverse management team leden te letten.

In de huidige praktijk wordt helaas hoofdzakelijk gelet op de onderlinge aansluiting van functionele kennis en ervaring in een MT.

Deze column werd ingezonden door Twan Houben. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›