Ik herinner mij dat ene woord, dat ze na iedere volzin met een lang gerekte ‘r’ en een lang gerekte ‘ee’, in haar Gooise accent op hoge toon uitsprak: “verrrrbeeeeeeld je..’. In hetzelfde ritme als haar stem boog mijn oma zich naar mij toe, kwamen haar handen los van de houten leuning van haar stoel en maakten een wijds gebaar. “Verrrrbeeeeeeld je..’.

Op ons nieuwe Syntens kantoor in Nieuwegein, het Innovatiehuis, zit ik met twee ondernemers aan tafel die glimlachend vertellen over hun multimedia dat zo’n tien vaste medewerkers heeft en beschikt over een internationale ploeg van dertig flexibele krachten. Ze vertellen mij over de groei van hun bedrijf en de lessen die zij uit het verleden geleerd hebben over het managen van een bedrijf. En ze eindigen hun verhaal met een groot vraagteken: hun innovatiekansen voor de toekomst?

Ze kijken me doordringend aan. Misschien in de hoop in mij de dominee met het pasklare antwoord te vinden. Ah, herken ik, onze rollen moeten besproken worden. Ik vraag ze of zij zich de rits ratelenden dominosteentjes herinneren van de Guiness Book of Record poging. Ze knikken. “Dat is mijn rol in een sessie bij visieontwikkeling rondom innovatiekansen”, zeg ik. “We tikken een dominosteentje aan en vervolgens begint het te rollen. In elkaar grijpende vormen ontstaan, bruggetjes worden moeiteloos genomen, ergens anders worden twee of drie ritsen tegelijk in beweging getikt, tempo van langzaam en snel varieert en het geratel en secondes van stilte wisselen elkaar af.”

Voor ons ligt op tafel een schets van hun keten waarin zij opereren: hun bedrijf in het midden, links daarvan hun toeleveranciers (oa. Software bedrijven), rechts daarvan hun klanten (oa reclamebureau’s) en daarnaast de klanten van de klant (oa speelgoedfabrikanten), erboven de concurrenten en eronder de substituten.
We staren naar de geschetste keten. Ik onderbreek de stilte: “Sommige mensen zien de dingen zoals ze zijn en vragen ‘Waarom?’. Ik droom dingen die er nog niet zijn en vraag ‘Waarom niet?’.” Ik citeer hiermee een Ierse toneelschrijver.

Ik zie ze uit hun stoel komen en ik besluit er nog een schepje bovenop te doen. “Verbeeld je”, begin ik. De woorden waren spontaan uit mijn mond gerold. Ik keek naar mijn handen en ze hadden het zelfde wijdse gebaar gemaakt als mijn oma. Ik zat naar ze toe gebogen en evenzo zaten zij over de tafel gebogen. “Verbeeld je”, stak ik opnieuw van wal, “dat jullie rechtstreeks met de speelgoedfabrikant om de tafel zitten?” Het spel was begonnen, er volgde een stroom van ideeën en toen die stroom leek te stagneren riep één van ons opnieuw “verbeeld je…, dat we een nieuwe verdienformule afspreken met het reclamebureau?”. De dominosteentjes ratelden voort. We hadden slechts 1 spelregel afgesproken: uitstel van oordeel, want verbeeld je, dat we die niet hadden afgesproken?

Désirée Murk-Scholten
Adviseur Syntens
dsc@syntens.nl

Deze column werd ingezonden door Désirée Murk-Scholten. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›