Recentelijk kwam er een cursist, een high potential, naar me toe die een fraai persoonlijk ontwikkelingsprogramma aangeboden had kregen van zijn baas. Hij wilde graag eens even met mij onder vier ogen praten (echt iets voor een column dus). Ergens in het programma vonden we een gaatje en hij stak van wal: ‘’Met mijn mensen hebben we een prachtig budget gemaakt, werkelijk met alle factoren rekening gehouden en een goede inschatting gemaakt van de veranderende marktomstandigheden in 2002. We kwamen op 5% minder omzet uit dan het afgelopen jaar. Ik lever het in bij mijn baas, die kijkt alleen onder de streep en hij zegt binnen een seconde: dit kan niet! Hoezo, dit kan niet? Dit verwachten de aandeelhouders niet, de aandeelhouders verwachten over 2002 een consistent stijgende lijn. Zo zijn aandeelhouders nu eenmaal. Maak maar een nieuwe begroting van plus 15% in plaats van min 5%. Je moet wel reëel blijven, voegde hij er nog aan toe’’. De cursist, begin dertig, keek mij aan. ‘’Binnen ons bedrijf weet ik soms niet meer wat de realiteit is. We zijn heel conscentieus omgegaan met de prognoses en die zijn reëel. Moet ik dan gaan zitten liegen en ondertussen tegen mijn medewerkers zeggen dat we de realiteit niet uit het oog moeten verliezen? Weet je, ik slaap hier slecht van. Wat is hier nou de realiteit en wat is de droom? Ik weet het gewoon niet meer.’’.

Nu heb ik inmiddels de film The Matrix gezien en dan herken je onmiddellijk wat hij bedoelde. Het lijkt…