Sommige mensen hebben de onbeheersbare drang om zich onophoudelijk met anderen te vergelijken en om van alles en nog wat in een wedstrijd te veranderen. Functioneren op het werk is voor hen boven alles een kwestie van het beter doen dan hun collega’s, op school proberen ze vooral hogere cijfers dan anderen te halen, voor hun ontspanning doen ze aan wedstrijdsporten en ga maar door. Dikwijls gaan we er vanuit dat het werken richting een doel en het leveren van prestaties alleen mogelijk is indien we concurreren met anderen. Door werken en spelen als wedstrijd te zien maken we van zulke situaties MEGA-situaties: mutually exclusive goal attainment. Dit betekent dat het succes van de ene persoon afhangt van het falen van de andere persoon. Is dit wijs? Nee! Is het onontkoombaar? Evenmin.
De Amerikaanse auteur Alfie Kohn betoogt in zijn boek No Contest, the case against competition op heldere wijze het volgende:

1) Competitiviteit is geen onvermijdbaar kenmerk van de menselijke natuur. Het is zelfs zo dat het omgekeerde (coöperativiteit) veel kenmerkender is voor de menselijke aard.
2) Het is niet alleen zo dat superieur functioneren géén competitie vereist, meestal is zelfs de afwezigheid van competitie een vereiste voor superieur functioneren. Doordat competitie mensen vaak afleidt van hun taak profiteert het collectief meestal niet van onze individuele concurrentie.
3) Competitie in sport is mogelijk minder gezond dan we meestal denken omdat het bijdraagt aan het ontstaan van een algemeen competitieve instelling. Onderzoek laat trouwens zien dat niet-competitieve spellen en sporten even leuk en uitdagend kunnen zijn als competitieve.
4) Competitie doet meer goed dan kwaad voor je mentale gezondheid. Het ondermijnt bij velen hun zelfwaardering. Het is per definitie zo wedstrijden meer verliezers dan winnaars opleveren.
5) Competitiviteit ondermijnt vaak relaties. Competitieve situaties leiden er vaak toe dat mensen elkaar gaan tegenwerken.
6) Een competitieve instelling maakt het transformeren van organisaties en de maatschappij moeilijker. Dit soort activiteiten hangt hoofdzakelijk af van een collectieve inspanning en een lange termijn commitment.

De gedachten van Kohn zullen velen provoceren maar ook velen een gevoel van herkenning geven. Ze dagen je uit om je iets minder competitief op te stellen in het alledaagse leven. En dat is een goede zaak.In veel omstandigheden is het lot van mensen aan elkaar verbonden. We kunnen onze competitiviteit wat terugschroeven en onze pro-sociale intenties en gedragingen wat versterken. Door onszelf aan te wennen om taken te definiëren als coöperatief kunnen we de dichotomie van egoïsme/altruïsme omzeilen: door de ander te helpen, help je dan jezelf.

Coert Visser, www.m-cc.nl

Deze column werd ingezonden door Coert Visser. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›