Minstens twintig mails zijn heen en weer gegaan om deze afspraak rond te krijgen. Morgen moeten we het programma voor de teambuildingsbijeenkomst klaar hebben. Ik kijk de tafel rond. Iedereen is er. Sandra is zowaar op tijd. Pieter pakt zijn vulpen uit het etui. Richard is aan het bellen met zijn ene telefoon en verzendt een sms op de andere.

Pieter kijkt iedereen aan en begint zoals altijd met grote vanzelfsprekendheid: “laten we eerst de tijd nemen om van elkaar te horen hoe we erin staan. Ik heb daar een mooie oefening voor.” Richard staat op en schenkt zichzelf koffie in, terwijl hij verzucht “wat een tijdsverspilling, ik wil gewoon vanuit het doel starten.” Sandra kijkt me vragend aan, als zegt ze ‘daar gaan we weer’. Ik vermijd haar blik, trek mijn map naar me toe en blader er wat door heen en weer. “Als we ieders motivatie hebben, hebben we veel meer binding, en staan we er morgen als één man”, vervolgt Pieter. Richard antwoordt vanachter zijn blackberry waarop hij een mail beantwoordt; “hoezo als één man, we zijn hier met twee mannen en twee vrouwen. Als we geen doel hebben kunnen we net zo goed stoppen.” Waarop Pieter reageert met: “als ik niet weet waar jullie staan, kan ik niet samenwerken.” Ik kijk Sandra vragend aan.

Na de bespreking loop ik naar mijn bureau. Ik kom niet aan het werk. Er blijft een vraag door mijn hoofd spoken. Wat is de bron van dit zich herhalende conflict? Dan komt er een mail van Sandra binnen, waarin ze me vraagt een conference call voor morgenochtend te regelen met Pieter en Richard. Mijn vingers haperen op het toetsenbord, als ik hen ga mailen. Ik weet dat ik van Richard meteen een reactie zal krijgen, maar ik betwijfel of Pieter zijn mail nog wel op tijd leest. Hij weigert een blackberry te gebruiken. Misschien ziet hij het bericht morgenavond pas.
Hoe komt het dat ze zo verschillend met hun mail omgaan? Dit is echt een generatieverschil, realiseer ik me. Pieter behoort tot de protestgeneratie, opgegroeid in de saaie vijftiger jaren en berucht om hun verzet in jaren zestig. Richard is representant van de pragmatische generatie. Deze generatie is groot geworden in de vanzelfsprekende welvaart van de zeventiger jaren. Beide mannen hebben een andere ervaring van opgroeien, leren en werken.
In mijn fantasie breng ik ze in gesprek over de verschillende tijden waardoor ze beïnvloed zijn. Pieter vertelt Richard: “toen ik 17 was, verliet ik met ruzie mijn ouderlijk huis, ik ging studeren, of beter, de wereld verbeteren.” Op zijn 30ste was hij net afgestudeerd, na dertien jaar studie. “Ik woonde samen met mijn vriendin in een kraakpand met nog zeker tien anderen. We waren actief in een politieke partij.” Elke avond vergaderden ze urenlang. Ze stencilden pamfletten die ze ‘s nachts in de stad opplakten. “Dat was vreselijk spannend. Het was een sport om de politie, die achter ons aanzat, op tijd te ontduiken. Het leukste was dat we er samen voor gingen.”

Ze kijken elkaar voor het eerst recht aan, Richard lacht: “ik heb een oom van jouw leeftijd met net zulke verhalen. Laatst liet hij me foto’s zien, staat hij daar met lang haar en een baard voor de universiteit die ze bezet hadden.” Nadenkend vervolgt hij: “Voor zulke dingen had ik geen tijd, al woonde ik thuis en kookte mijn moeder voor me. Ik had maximaal vier jaar om af te studeren en ik werkte ’s avonds in een call center om mijn studie te financieren.” Na een stilte: “jullie deden dus alles met elkaar. Nu snap ik waarom jij altijd zo zeurt over samenwerking.” Hij grijpt naar zijn blackberry. “Kunnen we dan nu het doel voor morgen bepalen?”
An Kramer

Senior programmamaker

generatiegerichte programma’s

de Baak Managment Centrum VNO-NCW

Deze column werd ingezonden door An Kramer. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›