Hoe lastig is het om medewerkers te vragen om mee te denken, zonder gelijk met oplossingen te komen? Moeilijk is mijn ervaring de laatste tijd. Binnen een soort werkgroep proberen we om de richting voor Kennismanagement binnen ons bedrijf te bepalen.

Althans, dat is de bedoeling. Maar telkens weer merk ik dat mijn medeteamgenoten (allemaal mannen overigens) meer nadenken over oplossingen. Welnu, om oplossingen te bedenken moet je eerst het probleem erkennen. En hebben we eigenlijk wel een probleem? En hebben we allemaal hetzelfde voor ogen?

Ik heb tijdens onze laatste vergadering meerdere malen zachtjes gezucht en misschien zelfs zichtbaar mijn wenkbrauwen gefronst. Hoe krijg ik ze nou zover om eerst onze doelstellingen en dus onze richting te bepalen? Hoe zorg ik ervoor dat ze dus de focus niet verliezen. Het bleek kinderlijk eenvoudig. Stel de vraag waarop je het antwoord wilt, vraag naar hun doelstellingen en hun eigen persoonlijke motieven om tot die doelstelling te komen. Dan dwing je ze bijna om na te denken, niet oplossend maar concreet. En het werkte: ik kon achterover gaan zitten en zij begonnen echt met elkaar te communiceren. Soms een blik naar mij, of ik er nog iets aan toe te voegen had. Dat had ik niet, wilde het niet verstoren, hier kwam zoveel kennis los, zoveel gedachtes en ambities.

Na afloop kwamen ze één voor één nog even langs: nu begrepen ze het! En nu kunnen we dus verder, recht op ons doel af, gefocust. En de oplossingen? Die volgen nu ook vanzelf.

Deze column werd ingezonden door Agatha Zweers. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›